Overslaan naar hoofdinhoud Ga naar zoeken Naar menu

Fachberatung & Support

Telefonisch
+49 (0) 5225 - 863670

Servicezeiten
Mo-Do: 8 - 12 / 13 - 16 Uhr
Freitag: 8 - 12 / 13 - 15 Uhr


- Häufige Fragen
- Termin vereinbaren
- PV Verlustrechner

De mythe van ‘nul PPM’ in de schoonmaakbranche

Allgemeine Informationen · 19.06.2026 · 4 Min. Lesezeit
VF-Reinigungstechnik
De mythe van ‘nul PPM’ in de schoonmaakbranche
Bij de reiniging van glas en zonnepanelen wordt vaak gediscussieerd over de juiste geleidbaarheid van het benodigde water. De ene groep zweert hierbij bij "0 PPM", terwijl de andere groep genoegen neemt met waarden dicht bij nul en er bijvoorbeeld op let dat het reinwater voor glasreiniging onder de 15 PPM ligt en voor zonnepaneel- en gevelreiniging onder de 30 PPM.
Als fabrikant van de OSMOBIL-systemen vertrouwen wij al meer dan 15 jaar op osmose-installaties die geen gebruik maken van een harssysteem en daardoor geen nul PPM kunnen bereiken. Onze hogedrukmembranen komen dicht in de buurt van nul PPM (zelfs bij zeer hard water), maar bereiken geen nul PPM. Daardoor zijn onze apparaten kleiner, goedkoper in aanschaf en onderhoud en kunnen ze tot wel 3 maanden ongebruikt blijven staan (omdat er geen hars is, bederft het restwater in het systeem niet zo snel en is er ook geen desinfectie nodig).
Waarom doen we dit zo en waarom zijn we hiermee succesvol?
Wie heeft hier nu gelijk? Wat is beter voor de reiniging? Hoeveel PPM is nog acceptabel, en hoeveel niet meer?
Naast 15 jaar praktijkervaring – en die leert ons dat vlekken bij reiniging met zuiver water voor 95% te wijten zijn aan een fout van de gebruiker en slechts zelden aan „slecht water“ – zijn er harde wetenschappelijke feiten die duidelijk aantonen: nul PPM is niet nodig en in feite ook niet mogelijk. Dit is waarschijnlijk nieuw voor de meeste lezers van dit artikel.
Laten we dit eens in detail doornemen en de volgende vraag onderzoeken:
Waarom hebben we voor de osmose-reiniging van ramen, zonnepanelen en metalen gevels geen nul PPM nodig, maar waarom is het voldoende om ‘dicht bij nul PPM te komen’?

1. 5 PPM is niet hetzelfde als 5 PPM
Ten eerste is PPM een kwantitatieve meetmethode die je alleen vertelt: „er is een geleidbaarheid of er is een deeltje”. Bovendien ontstaat de geleidbaarheid in het water niet door de opgeloste mineralen, maar door de ionen die daardoor vrijkomen. En nu komt het: niet alle ionen zorgen voor een even goede geleidbaarheid. Daarom kan water met een vrij laag gehalte aan natrium (zout) net zo’n hoge geleidbaarheid opleveren als aanzienlijk harder water, met een hoger gehalte aan calcium en magnesium (kalk). Dit verklaart ook waarom er waterkwaliteiten zijn met bijvoorbeeld 13 PPM die na het drogen minuscule vlekjes achterlaten, en andere waarbij we met 90 PPM perfecte resultaten behalen.
2. Wanneer vervang je het filter?
Zelfs fans van nul PPM vervangen hun harsfilter niet bij de sprong van 0 naar 1 PPM, maar bij 10, 5 of 15 PPM en werken dus lange tijd buiten het nulgebied.

3. Er bestaat geen „nulstroom“:
Een geleidingswaarde van nul PPM is altijd een interpretatie en kan fysisch niet worden gemeten. Nul PPM betekent: geen stroom. Dit komt op zich in het milieu al niet voor. Daarbij komen diverse storingsbronnen, magnetische velden, minuscule productietoleranties bij meetsondes en nog veel meer factoren. Daarom is het zo dat de eenvoudige en goedkope meetapparaten die we buiten laboratoria gebruiken, een hoge standaardafwijking van 1-4 PPM vertonen, ook al worden deze vaak gekalibreerd.
4. Kleur na het drogen:
Met het oog op punt 1 moet ook worden opgemerkt dat niet alle mineralen op dezelfde manier opdrogen. Calcium en magnesium drogen bijvoorbeeld doorgaans zichtbaar „wit“ op. Zout en kalium zijn na het opdrogen op de ruit vrijwel onzichtbaar.
5. Resten en CO₂:
Restanten in het meetvat, op de meetsonde of bijvoorbeeld alleen de CO₂ in de lucht beïnvloeden de meetwaarde meer dan bijvoorbeeld de werkelijke restionisatie in het water.

6. Stromingsgedrag en watertemperatuur:
De stromingsomstandigheden op de meetsonde (als deze vast is gemonteerd) en de water- of omgevingstemperatuur hebben een enorme invloed op het resultaat. De watertemperatuur bijvoorbeeld: het is aangetoond dat bij elke graad stijging van de watertemperatuur de geleidbaarheid met 2% toeneemt. Bij elke graad daling neemt de geleidbaarheid af. Momenteel is de watertemperatuur bij ons 15 graden. Zes weken geleden was dat 9 graden. Dat is een verschil van 12%. Oftewel: 5 PPM wordt dan bijna 6 PPM. Goede meetapparaten compenseren dit weliswaar, maar ook hier kunnen afwijkingen optreden.

Conclusie: ja, we moeten zo dicht mogelijk bij nul ppm komen. Of we nu met 0, 5, 15 of 20 ppm werken, maakt echter niet uit.